Schrijft

teksten, verhalen en meer

 

 

Organiseert

Bizz’Cu: Ontmoeting in...

 

 

Blog

Blogs... elke maand één!

 

 

Portfolio

Mijn werkzaamheden

 

 

Contact

Adres, route,telefoon en mail...

webdesign: Eric Kusters

Sparkle Tekst & Communicatie

Nieuwstraat 8 | 6031 NG Nederweert | M: +31 (0)6 23901812 | E: info@spark-le.nl

Social media Facebook | LinkedIn

Zoeë kalle vae

 

BY SPARKLE

Posted on 29 juli 2013 in Sparkle Tekst & Communicatie

 

 

Weertlands woordenboek

 

Plat kalle. Daar ben ik fan van. Ich kal – zoeëdek as ich kan – plat. Zodra er een Limburgse tongval te bespeuren is in het gesproken woord van mijn gesprekspartner, dan gaon ich over op ‘t plat Doospels. Gelukkig kunnen wij Limbo’s elkaar heel goed verstaan, ondanks de verschillen binnen het brede palet aan Limburgse dialecten. De grootste en belangrijkste gemene deler is dat Limburgers er over het algemeen trots op zijn dat ze Limburgs spreken. Ik ook en steeds meer mensen met mij.

 

Het gebruik van het dialect is de laatste jaren stevig in opkomst. Al was het maar doordat zangers het als Unique Selling Point gebruiken, of omdat BNN’ers als Chantal Janzen en Huub Stapel af en toe op de Nederlandse televisie ‘n weurdje plat kalle.

 

Je begrijpt dat het boek ‘De Weertlandse dialecten’ van Veldeke Krîngk Wieërt door mij zorgvuldig wordt gekoesterd en uitbundig wordt geraadpleegd. Het boek is al aardig bedoêmeldj door intensief gebruik. Óf het de juiste spelling en woordverklaring bevat, wordt door enkelen betwijfeld. Maar ach, je moet je ergens aan vastklampen bij het schrijven in de moederstaal. Genoemd boek was dan ook mijn ‘bijbel’ voor de schrijfwijze van het Ospels en Nederweerts. Tot voor kort. Want, wat denk je? Maken ze een nieuwe bijbel met de nieuwe spelling, want ook de spelling van dialecten blijkt onderhevig te zijn aan allerlei fînte. Bij gelegenheid van het 35-jarig bestaan van Veldeke Krîngk Wieërt werd de aangepaste Weertlandse spelling vastgelegd in een mooi en lijvig boek met de titel ‘Zoeë kalle vae’.  Eén voordeel van de spellingaanpassing: Vastelaovundj is nu weer gewoon met een ‘d’ in plaats van met een ‘t’. Het ziet er ook niet uit met een ‘t’, hoewel dat het criterium niet is voor de bepaling van de juistheid van de schrijfwijze.

 

En dan zijn we meteen op een kritiek punt. Het taalgevoel. Het blijkt dat tweetalig opgevoede kinderen een groter taalgevoel ontwikkelen dan andere kinderen. Een aantal wetenschappers heeft zich daarover gebogen. Zij deden onderzoek naar de relatie tussen thuistaal en schooltaal en ontdekten dat dialect als thuistaal geen negatieve effecten heeft op de taalontwikkeling op school. Kinderen zouden zelfs een kleine voorsprong hebben bij het aanleren van een buitenlandse taal. Je kunt je als Limburger dus overal verstaanbaar maken. Nou had ik dat idee toch al, maar dat heeft meer met de non-verbale communicatie te maken dan met de verbale communicatie. Ondanks dat verkiest een aantal Limburgse ouders een Nederlands gesproken opvoeding. Het zou betere kansen opleveren op de arbeidsmarkt… Die is grappig, want zeg nou zelf: Frans Weekers uit Weert – staatssecretaris van Financiën – is toch op een leuke plek terechtgekomen. Ook andere dialectsprekende prominenten hebben een aardige job. Neem burgemeester Evers, met zijn naar het Neewieërts neigende Wieërtse tongval. En was er ook niet iemand uit Ospel die, ondanks of misschien wel dankzij zijn Ospelse accent, overal ter wereld deuren opent en fokkerijbedrijven opzet? Ik weet het zeker. Het ‘jao jao’ van al deze mensen is bij al hun omstanders bekend, zonder twijfel.

 

Ik voel me rijk met m’n tweetaligheid. Het Algemeen beschaafd Doospels en het Algemeen beschaafd Nederlands geven aan waar ik vandaan kom en waar ik thuis hoor. Ik ben een Nederlander en een Limburger. Maar bovenal een Ospelse (Neewieërtse). Vae kalle over ‘ne oetbîngel, ‘ne pôngel  en over tampieëste tiêdes de vastelaovundj. En voor woorden als perteblaar en rospelejtig kun je toch helemaal warm lopen!  Zoeë kalle vae. Prachtig toch!